Top of this page
Skip navigation, go straight to the content

Regionaal Duikteam Brandweer Eijsden

Samenstelling

Op dit moment bestaat het duikteam van de Brandweer Eijsden uit de volgende personen:
Duikteamleider: Hub Beks, Ivan Moonen, Roger van Caldenborgh
Duikers: Peter Bessems, Louis van Caldenborgh, Rob Stevens, Stefan Waterval en Vincent Peerboom
Ook zijn enkele bevelvoerders en enkele andere leden opgeleid tot Medisch Duikbegeleider ofwel seinleider.

Regionaal Duikteam Brandweer Eijsden

Opleiding

Al deze personen hebben het theoretisch deel Brandweerduiker van het NIBRA (Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding) gevolgd en met goed gevolg het examen afgesloten. De duikers zelf hebben ook nog het praktisch deel Brandweerduiker 1 in het zwembad, en het praktisch deel Brandweerduiker 2 in het buitenwater moeten behalen, voordat zij dus daadwerkelijk als brandweerduiker ingezet kunnen worden. Om hun diploma geldig te houden dient er per jaar minimaal 10 keer gedoken te worden, waarbij de totale tijd onder water minstens 300 minuten bedraagt, dat wil dus zeggen minstens een half uur per duik.

Uitrusting

Droogpak en wolletje

Dit droogpak is een pak van Trilaminaat, met latex manchetten en kraag. Hierin blijft de duiker volledig droog, en dus geïsoleerd van alle eventueel verontreinigd water.

Hieronder zit een wolletje, dat dient om de warmte vast te houden.

Trilaminaat droogpak met rubber manchetten Wolletje om warm te blijven

Droogpak en handschoenen

Bij dit droogpak gebruiken wij een losse hoofdkap van Neopreen. Dit is een soort rubber waarbij een laagje water tussen het lichaam van de duiker en het neopreen, de lichaamstemperatuur van de duiker aanneemt, en zodoende ook de duiker warmhoudt. Daarbij heeft de duiker nog de keuze uit "droge" rubber handschoenen, of "natte" neopreen handschoenen.

Zwemvliezen

Tevens heeft de duiker ook nog een paar zwemvliezen om zich sneller voort te bewegen.

Neopreen hoofdkap met rubber drooghandschoenen Zwemvliezen

Duikfles en ademhalingsautomaat

Er wordt gedoken met een fles met 10 liter luchtinhoud onder een druk van 200 bar. Hierbij gebruiken wij een ademhalingsautomaat van Scubapro, waaraan weer een volgelaatsmasker vastzit. Dit masker gebruiken wij inplaats van een duikbril, ook weer om zo min mogelijk in contact te komen met verontreinigd water.

Met deze fles kan een duiker, op een diepte van tien meter ongeveer twintig minuten werken voordat de reserve luchtdruk signalering in werking treedt. Dit merkt de duiker doordat hij veel zwaarder moet zuigen om lucht te krijgen. Als dit gebeurt, kan de duiker aan een hendel trekken waardoor de reserve lucht gebruikt kan worden. Dit is nog ongeveer 50 bar, dus genoeg om naar de oppervlakte te gaan voordat de fles helemaal leeg is.

Volgelaatsmasker met manometer en inflatorslang Duikfles 10 liter 200 bar

Redvest

Dit is een noodvoorziening, en moet garanderen dat opstijgen altijd mogelijk is. Dit vest moet kunnen worden opgeblazen zowel met de mond als met een gas patroon, dus onafhankelijk van de duikfles. Aan de oppervlakte moet dit redvest de duiker in rugligging brengen met het hoofd boven water. Aan dit redvest zit meestal ook de seinlijn bevestigd.

Loodgordel

Dit is een gordel waaraan net zoveel lood bevestigd is, dat de duiker net zo zwaar is als de hoeveelheid water die hij verplaatst. Hierdoor kan de duiker "zweven" in het water. Dit gewicht varieert per persoon, naar gelang lichaamsbouw, longinhoud en dergelijke. Gemiddeld bedraagt het gewicht zo'n 11 kilo. In geval van nood moet deze gordel simpel af te werpen zijn, waardoor de duiker weer naar de oppervlakte zal stijgen. Vaak worden om de enkels van de duiker ook loodbandjes gedaan. Dit wordt gedaan om een betere spreiding van het lood te krijgen. Het "op de kop" onder water hangen wordt hierdoor enigszins voorkomen.

Seinlijn

Dit is een lijn met een minimale lengte van dertig meter en een minimale treksterkte van 150 kg. Hier zit de duiker aan vast, en aan de andere kant wordt deze lijn vastgehouden door de seinleider. Deze "stuurt" de duiker, omdat deze onder water bijna niets kan zien.

Duikmes

Dit mes dient niet om vissen te vangen, maar om de duiker te bevrijden van eventuele lijnen, kabels of planten waarin hij verstrikt kan raken. Daarom moet dit mes ook beschikken over een snijkant en een zaagkant. Ook voor het openwrikken van een autoruit e.d. onder water kan handig gebruik worden gemaakt van het mes.

Redvest met buddylijn Loodgordel met enkelbandjes Duikmes met snijkant en zaagkant

Verzorgingsgebied

Naast natuurlijk onze eigen gemeente verzorgen wij ook de duikinzetten in een aantal andere gebieden, omdat hier in zuid limburg niet veel duikploegen bestaan. Zo bestrijken wij geheel Zuid Limburg van Eijsden tot aan de westelijke mijnstreek, en van Maastricht tot aan de Duitse grens.

Omdat de gemeente Maastricht ook nog eens een gedeelte van de brandweerzorg van Belgische buurgemeentes waarneemt, gaan wij dus ook de grens over naar deze gemeentes.

Daarbij verlenen wij ook regelmatig assistentie aan de politie, bijvoorbeeld om vuurwapens of iets dergelijks te zoeken.

Inzet

In het geval van een calamiteit in of op het water binnen ons eigen verzorgingsgebied (gemeente Eijsden), wordt er een korpsalarm gegeven. In de kazerne kleden de eerst aangekomen duikers zich om terwijl tegelijkertijd een tankautospuit(TS) en de hulpverlenings wagen(HV) uitrijden naar de plaats van het ongeval.

Zodra de duikers hun pak hebben aangetrokken, stappen deze in de tweede TS en worden ook naar de plek gereden, onderwijl de rest van hun uitrusting aantrekkend.

Op de plaats van het incident doet de bemanning van de eerste TS en HV alle "voorwerk" zoals getuigen en slachtoffers opvangen en uithoren, eventueel de boot te water laten, een ladder in het water zetten, enzovoorts. Als de tweede TS met de duikers ter plaatse komt, kunnen deze dus meteen aan het werk en het water in.

Gaat het om een incident buiten onze gemeente, dan doet het betreffende korps van die gemeente al deze randvoorwaarden invullen. Is de duikploeg aan de waterkant aangekomen, dan neemt de duikploegleider contact op met de bevelvoerder van de eerste TS ter plaatse, en deze brengt hem op de hoogte van wat er precies aan de hand is. Daarop wordt er een plan van aanpak gemaakt en wordt er gedoken. Een duikploeg bestaat altijd uit minimaal drie personen: Een duikploegleider, die tevens fungeert als seinleider, een eerste duiker en een standby duiker. De standby duiker dient geheel aangekleed op de kant te staan voor het geval de eerste duiker in nood mocht komen. Hij kan ook ingezet worden als seinleider, als de duikploegleider overleg moet plegen of iets dergelijks.

In tegenstelling tot wat we op tv zien zijn de Maas en de andere oppervlaktewateren die wij bestrijken niet van die mooie helderblauwe kleur waarin je al die mooie visjes kunt zien zwemmen. De werkelijkheid is dat je hier onder water geen hand voor ogen kunt zien. Daarom zit de duiker altijd vast aan een seinlijn om hem te sturen. Via deze seinlijn krijgt hij signalen: 1 ruk is vooruit, 2 rukken is naar rechts, 3 rukken naar achteren, 4 rukken naar links en 5 rukken betekent naar boven komen. 6 of meerdere rukken is het noodsignaal, wat betekent dat er iets aan de hand is en de duiker zo snel mogelijk uit het water moet komen.

Om een voorwerp of een persoon onder water te vinden beschikken wij over een aantal "zoekpatronen" van waaruit we te werk kunnen gaan. Als er een vrij precieze lokatie bekend is, of een groot voorwerp zoals een auto, dan zal de seinleider de duiker boven water laten uitzwemmen tot over de lokatie heen, daar de duiker naar de bodem laten zakken, en hem zo weer binnenhalen. Zo komt hij dan het gezochte voorwerp tegen. Dit heet de "directe methode". Is het echter een klein voorwerp, zoals een persoon of een vuurwapen of iets dergelijks, dan is deze methode minder geschikt. Dan zal er gebruik worden gemaakt van de "halve cirkel methode" of de "zig-zag methode"

De halve cirkel methode houdt in dat de duiker onder water van links naar rechts in een steeds groter of kleiner wordende cirkel zwemt, van kant tot kant. De zig-zag methode wil zeggen dat de seinleider aan de wal met de duiker meeloopt, terwijl de duiker parallel aan de kant zwemt. Aan het einde van het af te zoeken gebied laat de seinleider de duiker omdraaien, en een meter verder uit de kant weer terugzwemmen. Volgens deze methodes kan de hele bodem meter voor meter worden afgezocht.

Als de duiker dan klaar is met zijn werk in het water begint de rest van zijn werk: het schoonmaken. Als alles schoon en ontsmet is, dan worden alle uitrustingsstukken in onze speciaal hiervoor ontworpen ruimte te drogen gehangen. Als deze dan allemaal droog zijn, dan kunnen ze weer netjes opgeborgen worden tot de volgende duik.